Bijscholing in cijfers

De ROA (the Research Centre for Education and the Labour Market) heeft onderzocht hoe het staat met de bijscholingsmarkt voor werkenden in Nederland. In het rapport wat hierover is opgesteld komen de volgende feiten aan bod:
Economische crisis geen effect.
Verrassend genoeg heeft de economische crisis die begon in 2008 geen effect gehad op het bijscholingsgedrag Nederlandse beroepsbevolking. In 2013 zei 53% van de werkenden aan dat ze in de voorgaande twee jaren ten minste één opleiding of cursus te hebben gevolgd. Bij de niet-werkenden lag dit percentage een stuk lager, namelijk 22%. Deze percentages zijn volgens het ROA ongeveer hetzelfde gebleven ten opzichte van het jaar 2004. Wel is de duur van een gevolgde opleiding of cursus afgenomen. Gemiddeld deed men in 2004 25 uur over een cursus en in 2014 nog maar 21 uur.
Meer vrouwen
2013 heeft ook een primeur behaald. Het is namelijk het eerste jaar waarin vrouwen aangeven meer cursussen en opleidingen te volgen dan mannen. Het gaat hier om de werkende personen. Ook minder goed nieuws over 2013. De kloof tussen laagopgeleiden en middelbaar- en hoogopgeleiden is gegroeid als het gaat om het bijwonen van een bijscholingstraject. De ROA geeft aan bezorgd te zijn over deze ontwikkeling aangezien het kan betekenen dat laagopgeleiden minder goed mee kunnen met nieuwe ontwikkelingen op hun werkgebied.

Laagopgeleiden geven aan dat persoonlijkheidskenmerken een stuk meer meewegen in de beslissing om een bijscholingstraject in te stappen. Deze kenmerken kunnen bijvoorbeeld faalangst of examenangst bevatten.
Opkomst van informeel leren
Informeel leren wordt vaak omschreven als: leren door te doen. Door het verbreden van je takenpakket kun je bijvoorbeeld veel leren, terwijl leren niet de directe intentie is. Deze vorm van leren is vanaf 2004 aan een groei begonnen. In 2013 gaf 35% van de werkenden aan dat zij op het werk werkzaamheden verrichten waar zij veel van leren. Dit percentage lag in 2004 een stuk lager. Naast het informele leren gaf 41% van de werkenden aan dat zij een studie thuis volgden. Per maand zijn zij daar ongeveer 3 uur tijd aan kwijt. Een goede manier van thuisstudie is het volgen van een training op het internet, genaamd e-learning. Bij e learning zorg je dat je altijd op de hoogte bent van de laatste ontwikkelingen in je vakgebied. E-learning kan ook in de werktijd worden uitgevoerd.

Comments are closed.